Kaderrichtlijn Water
Een stroomgebied en zijn wateren
In december 2000 hebben het Europees Parlement en de Raad de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, richtlijn 2000/60/EG) aangenomen. Met de Europese Kaderrichtlijn Water werden voor het eerst voor heel Europa op hoog niveau uniforme doelstellingen voor waterbescherming en -beheer vastgelegd.
Doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water
Het primaire milieudoel van de Kaderrichtlijn Water is dat uiterlijk in het jaar 2015 voor alle wateren de ’goede toestand’ wordt bereikt. Daarbij omvat het begrip ’wateren’ zowel de oppervlaktewateren als het grondwater. Tot de oppervlaktewateren behoren rivieren, meren en overgangs- en kustwateren. Bij het vastleggen van de doelstellingen en van de maatregelen die voor het realiseren daarvan nodig zijn, moet met name ook rekening worden gehouden met efficiency-aspecten en met een intensieve publieke participatie.
De ’goede toestand’ gaat uit van de natuurlijke referentietoestand, d.w.z. de toestand waarin de wateren zonder beïnvloeding door de mens zouden verkeren.
Criteria voor de goede toestand zijn de chemische en biologische kwaliteit van het water, de structuur van de bovengrondse wateren en kwantitatieve aspecten.
Voor het bereiken van de doelstellingen is de medewerking van allerlei verschillende partijen nodig, waaronder de diverse watergebruikssectoren zoals huishoudens, waterleidingbedrijven, landbouw- en industriële bedrijven, evenals partijen op het gebied van recreatie en toerisme, natuurbeheer, wetenschap en de voor de planning van bodem- en watergebruik verantwoordelijke lokale, regionale, nationale en internationale instanties.
Uitvoeringstermijnen
De Kaderrichtlijn Water wordt uitgevoerd in meerdere stappen, waarvoor verschillende termijnen gelden.

Laatste wijziging: 18.12.2011
Eems in Europa


Met de Europese Kaderrichtlijn Water worden voor het eerst Europees afgestemde doelen ter bescherming van de waterkwaliteit op een hoog niveau vastgelegd.

Natuurlijke waterloop met steilrand
